Acem Meditation International

De hoofdprincipes van Acem meditatie

De bedoeling van dit stuk is de onderliggende principes van de methode van Acem-meditatie te verduidelijken. Acem-meditatie is echter niet een type meditatie dat je kunt leren door de nu volgende pagina’s of welke andere tekst dan ook te bestuderen. Acem-meditatie maak je je eigen door middel van een individueel leerproces dat bestaat uit persoonlijke instructie, begeleiding en discussies gedurende de beginnerscursus.

Meditatietechnieken verschillen enorm in hoe ze worden uitgevoerd en hoe ze werken. In het algemeen lijken de resultaten die men door het beoefenen van een meditatiemethode kan verkrijgen af te hangen van:

a. de specifieke kenmerken van de methode,
b. de psychologie van de mediterende en
c. zijn of haar motivatie om de techniek regelmatig te beoefenen.

Ruime ervaring met Acem-meditatie wijst erop dat het conceptueel en pedagogisch kader waarin het aanleren van de meditatietechniek plaatsvindt de vooruitgang van de mediterende fundamenteel beïnvloedt. Echter, de verschillen tussen diverse meditatietechnieken en –leersystemen zullen hier niet worden behandeld. We zullen in plaats daarvan beschrijven hoe Acem-meditatie werkt.

Acem-meditatie wordt uitgevoerd in het psychologisch veld waarin de vrijwillige en spontane activiteiten van de geest op elkaar inwerken. In het kort gezegd bestaat de methode uit het voortdurend vinden van een moeiteloze herhaling van het methodegeluid die het spontaan loslaten van spanning en geblokkeerde bronnen doet toenemen. Op de lange duur en alleen na regelmatige beoefening van meditatie bevordert dit proces de actualisatie van fundamentele persoonskenmerken. Persoonlijke beperkingen, spanningen en resten die anders nauwelijks zouden zijn veranderd worden verwerkt, waardoor het onderbewuste toegankelijk wordt voor inzicht en veranderingen. Dit gebeurt zelden zonder een zekere mate van weerstand. Velen stoppen met mediteren wanneer dit proces begint. Daarom is het belangrijk een houding m.b.t. het meditatieproces te kweken die de mediterende kan helpen door te gaan tijdens moeilijke fases en daardoor voordeel te ondervinden van de mogelijkheden die inherent zijn aan de methode.

 Zo mediteer je  
Acem-meditatie wordt zittend gedaan, op een stoel, een bank of een bed, met goede steun onder in de rug. De zithouding moet gemakkelijk zijn en niet teveel van de aandacht opeisen. Meditatie dient uitgevoerd te worden op een plaats waar de kans om gestoord te worden gering is. Acem-meditatie wordt twee keer per dag een half uur of één keer drie kwartier uitgevoerd.
De gangbare tijd om te mediteren is ’s morgens vroeg of voor het avondeten. Tijdens meditatie daalt het activiteitsniveau van het lichaam enigszins. Na het eten daarentegen, stijgt het door een grotere bloedtoevoer in de spijsverteringsorganen. Omdat deze fysiologische processen een tegengestelde werking hebben op de activiteit van het lichaam is het beter de eerste paar uur na een zware maaltijd niet te mediteren.

Je begint de meditatie met het sluiten van de ogen. Je herhaalt in gedachten het methodegeluid. Dit doe je soepel en ontspannen, geheel zonder concentratie. Tegelijkertijd zullen gedachten, indrukken, beelden, lichamelijke waarnemingen, gevoelens enzovoorts, spontaan komen en gaan. Ze oefenen een wisselende invloed uit op de herhaling van het methodegeluid. Af en toe zullen de gedachten de overhand nemen. Wanneer dit gebeurt, begin je opnieuw het methodegeluid soepel te herhalen. Zo ga je door tot de meditatietijd om is.

Eigen activiteit en spontane activiteit
Ontwikkeling en verandering door meditatie gebeurt niet op grond van bepaalde bewustzijnstoestanden of onder invloed van “hogere machten”. Bepalend voor de vooruitgang is wat je zelf doen; de meditatie-uitvoering of eigen activiteit houdt de grenzen van het bewustzijn in stand of verruimt ze. Wat je beleeft is van ondergeschikt belang. Verandering in hoe je mediteert leidt dikwijls tot verandering in hoe je verschillende uitdagingen in het leven tegemoet treedt. Hoewel het verhelderend kan zijn om de uitvoering te beschrijven vanuit een benadering die op gedrag georiënteerd is, is Acem-meditatie toch geen vorm van gedragstherapie. Veranderingen ontstaan door eigen activiteit oftewel innerlijk gedrag en niet op grond van conditionering  of extinctie door middel van beloning en straf.

Gedrag leer je door regels en uitproberen. Acem-meditatie wordt op beide manieren aangeleerd. Op de beginnerscursus en in het verdere onderwijs worden de regels en principes van de uitvoering uitgelegd. Bij regelmatige meditatie krijg je ervaring met de methode en probeer je je eigen meditatiebegrip uit. Begeleiding, discussies en bestudering van artikelen over de techniek van het mediteren geven de mogelijkheid je te bekwamen in het aanpassen van je uitvoering aan wisselende innerlijke omstandigheden. 

Gedrag vindt altijd plaats in een context en oefent invloed uit binnen deze context. De meditatie-uitvoering staat in verband met de wisselende spontane activiteit van het innerlijk: de stroom van gedachten, beelden, gevoelens en stemmingen die altijd en op verschillende manieren aanwezig is in de geest, tijdens de meditatie en daarbuiten. In hun uiterste consequentie weerspiegelen spontane activiteiten ten dele reserves, ten dele niet-verwerkte resten van je tegenwoordige en vroegere levenssituatie, je sociale, maatschappelijke en politieke relaties. Acem-meditatie is een manier waarop mensen, door eigen activiteit, psychologisch voorwaarden voor hun bestaan kunnen veranderen. Dit kan mensen in staat stellen om efficiënter te werken aan veranderingen, ook in materiële, beroepsmatige en socio-culturele relaties. Acem-meditatie is een innerlijke handeling die ontspanning geeft; de wezenlijke effecten ervan komen tot uiting en worden verwezenlijkt in de naar buiten gerichte activiteit van de mens. 

In de rest van dit hoofdstuk zullen we nader ingaan op de volgende centrale onderwerpen om inzicht te verkrijgen in Acem-meditatie:
1. Methodegeluid
2. Herhaling
3. Mentale soepelheid
4. Instelling ten opzichte van het proces 
 
Methodegeluid
Het methodegeluid is een combinatie van klanken zonder betekenis maar niet zonder effect. Het is een noodzakelijk middel om de processen die Acem-meditatie kenmerken, op gang te brengen en in stand te houden. In Acem-meditatie hebben methodegeluiden noch een taalkundige noch een symbolische betekenis. Ze bestaan uit een combinatie van bepaalde klinkers en medeklinkers met een bepaald ritme. Het tijdens de meditatie soepel in gedachten herhalen van het methodegeluid, geeft een ontspanningsreflex in het centrale zenuwstelsel. Een Amerikaanse fysioloog heeft dit "relaxation response" genoemd. In Acem-meditatie heeft het methodegeluid twee centrale functies: een harmoniserende en een provocerende. Het methodegeluid is harmoniserend omdat het bijdraagt tot ontspanning, gemoedsrust en het aanspreken van nieuwe reserves. Het is provocerend omdat het spanningen en beperkingen actualiseert. Soms komt er ook weerstand, onrust en een tendens tot versterkte afweer uit voort. In zulke omstandigheden heeft de mediterende de onbewuste neiging om het juiste gebruik van het methode-geluid te vermijden. Dit uit zich in de meditatiegewoonten, in de meditatie-uitvoering, of in beide.   

Een methodegeluid kun je niet zelf maken. Het is niet zoals sommigen denken, het vinden van een klankvolle geluidscombinatie die prettig in het gehoor ligt. Esthetische kwaliteiten zijn geen wegwijzer om op het spoor van een geschikt geluid te komen. Het methodegeluid krijg je op de beginnerscursus. Er wordt meestal een gemeenschappelijk geluid voor alle leden van een groep gebruikt.

Als iemand, door een misverstand, de geluidscombinatie verandert, zal dit vroeg of laat zijn uitwerking hebben op de resultaten van de meditatie. Het juiste geluid is daarom bepalend voor het effect.

Methodegeluiden kunnen sterker gemaakt worden. Als iemand een half tot een heel jaar met het gemeenschappelijke geluid heeft gemediteerd, kan hij na een kort interview een individueel methodegeluid krijgen. Verdergaande versterkingen kunnen ook daarna weer met twee tot drie jaar tussentijd gegeven worden. Het ontspanningseffect bij de diverse versterkte methodegeluiden is ongeveer gelijk. Daarentegen vindt actualisering van niet verwerkte kanten van de persoonlijkheid en het vrijmaken van nieuwe reserves sterker plaats. Het zou de meditatie-uitvoering bemoeilijken, wanneer een versterkt methodegeluid in het beginstadium gegeven zou worden. Er zou bij de herhaling van een versterkt geluid al gauw concentratie optreden. De meeste mensen ervaren het als een wezenlijke verrijking van de meditatie, wanneer een versterkt methodegeluid op de juiste tijd gegeven wordt.

Het methodegeluid dient uitsluitend voor de meditatie gebruikt te worden. Je houdt het voor jezelf, je zegt het niet hardop, je schrijft het niet op, enzovoorts. Dat zou de werking van het geluid verzwakken. Van wezenlijk belang is namelijk dat het methodegeluid non-associatief blijft. Dat wil zeggen: er geen betekenis aan verbinden, het niet in verband brengen met bepaalde omstandigheden, gevoelens, relaties of objecten. Met andere woorden: het heeft een functionele reden en geen mystieke, dat mediterenden geen methodegeluiden uitwisselen. Voor buitenstaanders kan dit misschien wat vreemd lijken. Lange ervaring onderstreept echter de noodzaak om het methodegeluid te behandelen alsof het een discrete privé-aangelegenheid is.

Herhaling
Het methodegeluid wordt tijdens de meditatie in gedachten herhaald, met een passend ritme. Gewoonlijk is dit zo ongeveer één keer per twee tot vier seconden, maar dit kan variëren. Normaliter gebruik je het spraakorgaan hierbij niet. De herhaling volgt de ademhaling of de hartslag niet. Van tijd tot tijd kan dit toch het geval zijn, maar het is belangrijk dat de herhaling niet vast verbonden wordt met deze of andere ritmische gevoelens in het lichaam. Innerlijke herhaling van elke stimulus - of deze nu auditief, visueel of kinestetisch is - zal een zekere ontspanning geven. Monotone stimuli roepen vaak, zoals men in de fysiologie habituatie noemt, op; dit fungeert tijdens de meditatie gedeeltelijk als afscherming tegen de indrukken van buitenaf en stimuleert een overeenkomstig grotere gevoeligheid voor innerlijke processen. Dit is één van de voorwaarden voor het verwerken van spanningen.

De herhaling zelf vormt een redelijk eenvoudige, mechanische component in de meditatie-uitvoering en veroorzaakt zelden problemen van betekenis. Moeilijkheden kunnen zich daarentegen wel voordoen waar het gaat om de manier waarop het methodegeluid herhaald moet worden. Hier wordt in de volgende alinea's nader op in gegaan.

Mentale soepelheid
Wanneer we de verschillende woordsoorten in het dagelijks taalgebruik bekijken, zien we dat gedrag vaak omschreven wordt door middel van werkwoorden en toegevoegde woorden, die dan een beweging of een proces aangeven, bijvoorbeeld: hard lopen, langzaam denken, krachtig slaan, geduldig herhalen. Zulke toegevoegde woorden noemt men bijwoorden. Bijwoorden bepalen dus het werkwoord. Als het bijwoord geen tijdsrelatie, ruimtelijke verhouding of gevoelskwaliteit aangeeft, beschrijft het meestal een houding. Het geeft weer hoe de gedraging verricht wordt en het duidt iets aan van de emotionele toestand van de persoon tijdens de handeling.

Meditatiegedrag is het in gedachten herhalen van een methodegeluid. De houding in de herhaling is geheel bepalend voor de mate waarin verwerking plaats vindt.
Hoe moet het methodegeluid herhaald worden?

Het antwoord is dat het licht en soepel moet gebeuren, zonder concentratie, druk of inspanning. De houding moet ook niet overdreven soepel zijn, hetgeen je "laisser-faire" kunt noemen. Op de lezer komt de nadruk op soepelheid bij het herhalen wellicht over als een eenvoudige en banale zaak; het lijkt gemakkelijk uitvoerbaar. Het kan daarom tegelijkertijd onbegrijpelijk lijken dat dit verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben voor de verwerking van spanningen en ontwikkeling van de persoonlijkheid. De vraag rijst al snel, of je niet evengoed hetzelfde resultaat kunt bereiken met een soepele innerlijke houding, zonder een methodegeluid te gebruiken.

Al kan het herhalen van een methodegeluid op zichzelf een eenvoudig en mechanisch onderdeel van de uitvoering zijn, een soepele innerlijke houding is dat allesbehalve. Met behulp van een methodegeluid wordt een spontane musculaire, vegetatieve en innerlijke ontspanning bereikt, die groter is dan die welke je kunt bereiken door een bewust besluit om je te ontspannen. Tijdens meditatie komen geleidelijk kleine, passende hoeveelheden los van de in het lichaam en de geest opgehoopte spanningen. De spanningen gaan over van een passieve naar een actieve toestand. Ze worden geactualiseerd: hun invloed op de activiteiten in de geest wordt merkbaar - ook op de herhaling van het methodegeluid. Geactualiseerde spanningen leiden de herhaling af van de soepelheid: in de richting van concentratie of laisser-faire. Juiste meditatie brengt dus processen op gang die vroeg of laat leiden tot fouten in de uitvoering die te maken hebben met psychische beperkingen. Om te beginnen is de mediterende zich nauwelijks bewust van wat er gebeurt, maar registreert slechts dat de meditatie minder bevredigend is of trager gaat.

Wanneer je tot inzicht komt dat concentratie of laisser-faire de uitvoering bepaalt op manieren die je eerder onbekend waren, heb je voldoende helderheid en vrijheid bereikt om een beslissende keuze te maken. Ook onderliggende karaktertrekken, die te maken hebben met vormende ervaringen in je levensgeschiedenis worden geactualiseerd en beïnvloeden je meditatie-uitvoering in de richting van concentratie of laisser-faire enerzijds en soepele herhaling anderzijds. Veranderingen, in de zin van grotere soepelheid, vormen daarom niet langer een geïsoleerde meditatiehandeling, maar een mogelijkheid tot een ontwikkeling naar een meer soepele houding ten opzichte van bepaalde delen van je persoonlijkheidsstructuur. Je hebt in je meditatie de mogelijkheid gekregen om je grenzen, die anders bepaald worden door spanningen, te verruimen en te overschrijden. Begrenzingen in de persoonlijkheid ontmoeten we dus in de meditatie in de vorm van gebrek aan soepelheid, neiging tot concentratie of tot laisser-faire. In het organisme vinden we soortgelijke concentratie in de neiging tot samentrekking van spieren of spierspanning. Wanneer het herhalen van het methodegeluid gekenmerkt wordt door concentratie of laisser-faire, zal de uitvoering de spanningen die geactualiseerd worden in stand houden. Het is daarom van belang om in de meditatie de soepele niet-geconcentreerde, innerlijke houding, die ruimte geeft aan spontane verwerking en integratie van ervaringen, telkens weer op te pakken.Dan immers laat je je niet of minder door spanningen bepalen.

Innerlijke soepelheid is een bewustzijnshouding van dezelfde aard als "gleichschwellende Aufmerksamkeit" in de psychoanalyse, waar de betekenis van vrije associaties onderstreept wordt. In de psychoanalyse is men er echter op gericht de inhoud van de gedachten te analyseren en indien mogelijk de werkzame emotionele resten te herleiden tot reeds vroeger gevormde ervaringen. In Acem-meditatie, evenals in de psychoanalyse, krijgen de gedachten, gevoelens, etcetera, de gelegenheid om vrij te passeren. Daarbij worden deze spontane uitingen niet beoordeeld; het is niet van belang of je deze triviaal, immoreel, banaal, dan wel interessant of fascinerend vindt.

Het verschil is dat je bij Acem-meditatie niet ingaat op de inhoud van de gedachten. Je probeert ze niet nader te volgen of te begrijpen. Meditatie is dus geen manier om direct nieuw inzicht in jeugdervaringen en dergelijke te krijgen. Het wezenlijke bij meditatie is niet welke gedachten er naar boven komen, maar het feit dat ze vrij mogen passeren.

Het methodegeluid helpt een soepelheid te scheppen die anders onmogelijk bereikt kan worden. Met andere woorden: het stelt een grotere openheid tegenover gebieden van de geest die anders ontoegankelijk zijn.

De herhaling van een methodegeluid is dus niet voldoende om de processen in werking te zetten. De mentale houding waarmee het herhalen gebeurt, is van doorslaggevend belang. Er ontspringen op dit punt duidelijke scheidslijnen tussen verschillende meditatiemethoden die gemeen hebben dat een geluid wordt herhaald. De belangrijke verschillen komen tot uitdrukking in de manier waarop de innerlijke houding met de herhaling gepaard gaat. Technieken die op concentratie gebaseerd zijn hebben vaak geluiden met een bepaalde inhoudelijke betekenis. Acem-meditatie is hiervan juist het tegenovergestelde: de innerlijke houding is open, soepel. En om de soepele houding niet te bemoeilijken, zijn de methodegeluiden constructies zonder taalkundige of symbolische betekenis.

Hiermee hebben we de drie noodzakelijke en toereikende onderdelen voor Acem-meditatie doorgenomen: 

1. Methodegeluid, dat bijdraagt tot spontane ontspanning en actualisering.
2. Herhaling, hetgeen afscherming van uitwendige stimuli biedt en op die manier de opmerkzaamheid voor innerlijke processen doet toenemen. 
3. Mentale soepelheid, die verwerking van karaktertrekken mogelijk maakt. 

We zullen nu het vierde onderwerp toelichten, dat centraal staat in Acem-meditatie.

De instelling ten aanzien van het proces
Een instelling drukt een waarde uit ten aanzien van een bepaald(e) zaak, proces, persoon of voorwerp. Het bepaalt gedrag en beleving, tolerantie en aanpassing. Regelmatige beoefening van Acem-meditatie geeft weliswaar ontspanning, meer energie en persoonlijke groei, maar het ontwikkelingsproces kan soms ook grotere moeheid, onrust, weerstand, contact met onaangename gevoelens en dergelijke met zich meebrengen.
Acem-meditatie is een werkzaam, maar tegelijkertijd een zacht en geleidelijk verwerkingsproces. 

De kans dat iemand door actualisering psychisch overbelast raakt is niet noemenswaardig; het proces is in zekere zin zelf-regulerend. Wel hebben weerstandsfasen in de meditatie invloed op je motivatie, op je regelmaat en de wil om door te gaan. Als niet ook met betrekking tot deze verschijnselen begrip en een constructieve benadering wordt opgebouwd, ben je gauw geneigd je meditatie-uitvoering te veranderen op zo'n manier, dat het actualiseringsproces - en vervolgens ook de resultaten - geremd worden. Dit gebeurt vaak onbewust. Verder dreigt hierbij het gevaar dat je onregelmatig wordt met mediteren of er helemaal mee stopt. Dat vermindert het gevoel van onbehagen, maar houdt geen spanningsverwerking in. 

Vaak kom je mensen tegen, die ooit Acem-meditatie geleerd hebben en ongeveer het volgende vertellen: "In het begin kon ik duidelijk resultaten merken, maar dat zakte langzamerhand af. Het was alsof er niets meer uit kwam na een tijd en langzamerhand kwam het ervan dat ik stopte." 

Zo'n uitspraak laat een feit zien dat weinig aandacht heeft gekregen. De basis-instructie is vrij eenvoudig - voor sommigen misschien bedrieglijk eenvoudig: steeds weer het methodegeluid soepel herhalen. Dat is voor degenen die regelmatig mediteren op den duur echter niet meer vanzelfsprekend. Omdat het om een proces gaat, treden er steeds veranderingen op: in nieuwe fasen van de ontwikkeling krijgen de basis-principes voor iedereen nieuwe betekenis. Wat je een tijdje geleden begreep en wat toen resultaat gaf, blijkt op een goed moment niet meer voldoende voor verdere vooruitgang. Je leert daarom nooit alles over meditatie. Het is op zo'n moment nodig om de inhoud die je aan de principes geeft uit te breiden.

Het leren van Acem-meditatie gebeurt eigenlijk in twee fasen: de eerste is de beginnersfase, waarin je de basis-instructies leert. De andere begint wanneer je deze beheerst en je de principes leert te gebruiken voor de verwerking van geactualiseerde spanningen; je leert zodanig met de meditatie om te gaan dat die de uiterste instantie voor inzicht en groei betekent in je leven. Daarom is het belangrijk, wanneer de meditatie na een tijdje van karakter verandert, om je een instelling eigen te maken, die het mogelijk maakt verder te komen. Er zijn ook vervolgcursussen, die meer duidelijkheid geven en bijdragen tot betere dagelijkse meditaties door een verruimd begrip van de principes, in het bijzonder in de fasen met veel weerstand. Begeleiding is een andere manier waarop je je bewust kunt worden van onduidelijkheden in je uitvoering. De begeleider stelt een serie vragen die je op korte of lange termijn bewust maakt van bepaalde kanten van je meditatie die remmend werken op de ontwikkeling.

Er is dus geen reden om aan te nemen dat Acem-meditatie op den duur minder resultaten oplevert. Ontspanning krijg je altijd, maar deze wordt tijdens de actualisering weinig gewaardeerd; het is eerder zo dat de methode na de beginnersfase een ander soort resultaat oplevert. In deze ontwikkeling van concrete, tastbare resultaten naar de meer subtiele effecten van de latere fasen, stoppen veel mensen met meditatie, voordat ze inzicht hebben in wat er gebeurt. Actualiseringsfasen nemen vaak enkele maanden in beslag en komen ook later in de meditatieontwikkeling terug. Het is dus van belang goed door de eerste actualiseringsfase heen te komen, zodat er begrip ontstaat voor wat er gebeurt en hoe je je moet opstellen in latere soortgelijke situaties: vasthouden aan de regelmatige beoefening van meditatie, steeds bezig zijn de soepelheid te onderhouden tijdens de wisselende invloeden van de spontane activiteit van het innerlijk.

In de actualiseringsfasen maakt de mediterende een proces van vallen en opstaan en van verheldering door, totdat hij of zij tot kwalitatieve veranderingen in zijn meditatie-uitvoering komt, wat betreft methodegeluid, herhaling en soepelheid. Contact met andere mensen die mediteren, begeleiding, cursussen en meditatiepsychologische literatuur vormen in de meeste gevallen een belangrijke stimulans tot die omschakeling; daardoor kunnen actualiseringsfasen in de meditatie sneller worden doorgewerkt.

Keywords: methode
| More

Related articles